'Onzichtbare Ruimte' / 'Invisible Space' - Indra Devriendt, 2018 (NL / ENG)

Invisible Space.

We feel another person’s emanation and understand each other through our energy fields. Every shape we perceive contains energy. These pulses are either getting us replete or exhausted. An energy field is an invisible space stripped of rigid limitations where vibrations are free to move from one spot to another. Sylvie De Meerleer (° 1986, Bruges) makes energy fields tangible through her drawings. To her, shape is nothing but illusion, but the intangible and the beauty behind it do matter on the contrary. She’s looking for truth behind objects and every work of hers is a new attempt to getting closer to them. Her recent drawings announce that she no longer believes in shape and colour because we immerse ourselves too much in them and in doing so we lose sight of the core. Her drawings consisting of dots or lines merely suggest shapes. They appear to be austere, somewhat low-key images often dwelling in  degrees of greyscales. The myriad of dots or lines insinuate stratification, texture and motion in the perception. In addition to this, the features of the drawing material, such as fat or dry graphite, determine the result. She also creates drawings using ink or marker entirely consisting of dots in one specific colour, but even there, the field or the coherence of unequal dots provide gradations within the overall entity.

Her images fluctuate. In certain places, traces agglomerate whereas elsewhere they grant each other space. It is a game of either attracting or repelling one another. De Meerleer avoids contour lines. It is pretty much like a cloud slipping along revealing only shades or a swarm of insects emerging due to the contrast between light- and darkness. To her, everything consists of degrees denoting presence and absence.

De Meerleer also makes series in which she uses pictures or copies to create her own images. Her generating possibilities are endless. She cuts up pictures into strips or patterns and rearranges them. This way, repetition and rhythm are providing new textures and sensitivities. Both the positive and the negative leftovers of the image, after cutting up, give way to a new composition. She also experiments with information from one sole image that she uses in another image and the effects of operations on materials. For instance, she quickly draws spontaneous lines on a photocopy, and then perforates the script in a controlled way with a puncture pen on a white sheet of paper under the photocopy. Wherever she pricks, traces of the ink on the photocopy remain on the white paper. In turn, the needle pricks provide pellets of texture on the medium. Here as well, various options are available. At times, she opts for the positive perception and at others for the negative one. The script achieves a turbulent and tense result where the outlines still can be felt. Sometimes she does not draw on the flip side, but only punctures fragments of the photocopy. It feels exactly as if layers with varying degrees between black and white were sliding over each other. The information on photocopies are but pixels moulding an image. By means of dots, De Meerleer shatters the illusion by which you perceive something as an image and a shape. The gap is crucial for her: nothing is connected.

Her images emerge from an area of tension between emptiness and presence. How much white space do you leave? What field-of-views do you offer the public? Where is the limit of the image? So, it often happens that she abandons her intended goal of filling a medium, leaving fragments in their unwrought state. She often sets off from a system of which she gradually frees herself, allowing thus coincidences to creep into her work. A new pen provides more ink and therefore leaves more dashing marks than an old one. A fresh choice of materials requires practice, which means that she will gradually handle them in a more meticulous way. The physical aspect is never far away. Each contact with her medium is powerful and energetic, yet recurrence and duration can induce a varying concentration, giving free rein to errors or deviations.

How can one influence perception through size and scale? De Meerleer works in both small and large sizes. Each drawing is approached in a meticulous and accurate way. Every work lacks a sense of scale. Is she pointing out a detail or zooming out on a larger picture? De Meerleer shows that experiencing space and time are only systems imposed on ourselves. They do offer structure and support, but to let them go for a while, offers a leeway putting their existence into perspective. While working, she focuses on every action as well as on the experience of the moment itself. The result shows the duration and intensity of her work. It is almost a kind of meditation during which she silently works for days while being very aware of her own presence. This alertness brings her closer to the truth.  In this way, she converts the unshackled energy into script and texture on a medium. The remaining tracks are the remnants of a process during which she gives the best of herself with all of her body and mind. It is a physical challenge requiring perseverance to complete a work. Her satisfaction is contagious.

October 2018, Indra Devriendt ( translated from Dutch into English by Marie-Charlotte Lauwereins )

___


Onzichtbare Ruimte.

We voelen wat een ander uitstraalt en begrijpen elkaar door onze energievelden. Achter elke vorm die
we zien, zit energie. Het zijn trillingen waarbij we opgeladen of uitgeput raken. Een energieveld is een onzichtbare ruimte zonder vaste begrenzing waar trillingen zich van de ene naar de andere plek bewegen. Sylvie De Meerleer (°1986, Brugge) maakt met haar tekeningen energievelden tastbaar. De vorm is voor haar slechts illusie, het gaat om het ontastbare en de schoonheid erachter. Ze zoekt naar waarheid achter dingen en ieder werk is een nieuwe poging om er dichter bij de te komen. Haar recente tekeningen getuigen dat ze niet meer gelooft in vorm en kleur omdat we ons daar te veel in verdiepen en zo de essentie uit het oog verliezen. Haar tekeningen bestaan uit punten of lijnen die slechts vormen suggereren. Het zijn sobere, rustig ogende beelden die veelal uit gradaties van grijswaarden bestaan. De veelheid van punten of lijnen insinueren gelaagdheid, textuur en beweging in het beeld. Daarnaast bepaalt de eigenschap van het tekenmateriaal, zoals vet of droog grafiet, het resultaat. Ze maakt ook tekeningen met inkt of stift die geheel uit puntjes in een bepaalde kleur bestaan, maar ook daar zorgt het veld of de samenhang van ongelijke puntjes voor gradaties binnen het geheel.

Haar beelden fluctueren. Op bepaalde plaatsen hopen sporen zich bij elkaar op en elders geven ze elkaar ruimte. Het is een spel van aantrekken en afstoten. De Meerleer vermijdt contourlijnen. Het is zoals een voorbijdrijvende wolk waarbij slechts schakeringen zich aftekenen of een zwerm insecten die opvalt door het contrast van licht en donker. Voor haar bestaat alles uit gradaties die aan- en afwezigheid duiden. 

De Meerleer maakt ook reeksen waarbij ze foto’s of kopieën gebruikt om tot eigen beelden te komen. De mogelijkheden die ze genereert zijn eindeloos. Ze verknipt foto’s in stroken of patronen en rangschikt die opnieuw. Hier zorgt herhaling en ritme voor nieuwe texturen en gevoeligheden. Zowel het positieve als het negatieve beeld dat na het knippen overblijft, kan dienen voor een nieuwe compositie. Ze experimenteert ook met informatie van één beeld dat ze gebruikt in een ander beeld en de effecten van handelingen op materialen. Zo tekent ze snel spontane lijnen op een fotokopie, om daarna de schriftuur op een gecontroleerde manier met een prikpen op een wit papier onder de fotokopie door te prikken. Daar waar ze prikt blijven er sporen van de inkt op de fotokopie op het witte papier achter. De naaldprikken zorgen op hun beurt voor bolletjes textuur op de drager. Ook hier zijn diverse mogelijkheden. Ze kiest de ene keer voor het positieve en de andere keer voor het negatieve beeld. De schriftuur geeft een woelig en druk resultaat waarbij de lijnen nog voelbaar zijn. Soms tekent ze niet op de achterkant, maar prikt ze slechts delen van de fotokopie uit. Het voelt aan alsof lagen met gradaties tussen wit en zwart over elkaar schuiven. De informatie op fotokopieën zijn slechts pixels die een beeld vormen. De Meerleer doorprikt met de puntjes de illusie waarmee je iets als een beeld en een vorm ziet. De tussenruimte is voor haar cruciaal: niets is met elkaar verbonden.


Haar beelden bestaan in het spanningsveld tussen leegte en aanwezigheid. Hoeveel witruimte laat je? Welk kijkkader geef je aan de toeschouwer? Wat is de begrenzing van het beeld? Zo gebeurt het wel vaker dat ze haar vooropgestelde doel om een drager te vullen, laat varen en delen onbewerkt laat. Ze vertrekt vanuit een systeem, maar laat dat gaandeweg los en toevalligheden in haar werk sluipen. Een nieuwe pen zorgt voor meer inkt en dus opvallendere sporen dan een oude pen. Een nieuwe materiaalkeuze vraagt oefening waardoor ze er geleidelijk aan nauwkeuriger mee gaat werken. Het fysieke is nooit ver weg. Elk contact met haar drager is krachtig en energiek, toch veroorzaakt herhaling en duur voor een wisselende concentratie waardoor fouten of afwijkingen ontstaan.

Hoe kan je perceptie beïnvloeden door formaat en schaal? De Meerleer werkt zowel op klein als op groot formaat. Elke tekening is minutieus en secuur gemaakt. Bij elk werk ontbreekt een schaalgevoel. Toont ze een detail of zoomt ze uit op een groter geheel? De Meerleer toont dat ruimte- en tijdsbeleving slechts constructies zijn die we onszelf opdringen. Ze bieden structuur en houvast maar ze even loslaten, biedt ademruimte en relativeert hun bestaan. Tijdens het werken, focust ze op elke handeling en staat de beleving van het moment centraal. Het resultaat toont dan weer de duur en intensiteit van haar werk. Het is haast een vorm van mediteren waarbij ze dagenlang in stilte werkt en zich erg bewust is van haar aanwezigheid. Die alerte toestand brengt haar dichter bij de waarheid. De energie die daarbij vrijkomt, zet ze om naar schriftuur en textuur op een drager. De sporen die achterblijven, zijn restanten van een proces waarbij ze met haar lichaam en geest het beste van zichzelf geeft. Het is een fysieke uitdaging die doorzettingsvermogen vraagt om een werk te voltooien. Haar voldoening werkt aanstekelijk.


Oktober 2018, Indra Devriendt